dinsdag 5 januari 2010

Een literair stukje tofu

Boekrecensie: Jonathan Safran Foer - Dieren eten

Nederlanders houden van dieren. In ons kleine kikkerlandje met amper zeventien miljoen inwoners lopen, zwemmen, vliegen zo’n dertig miljoen huisdieren. Iets minder dan twee miljoen honden, ruim drie miljoen katten en zo’n één miljoen konijnen worden vertroeteld en verwend met zo’n anderhalf miljard euro. En hoewel de economische crisis zijn slag slaat en de kosten om een huisdier te onderhouden sterk stijgen, stijgt ook het aantal huisdieren.

Maar Nederlanders eten ook graag dieren. De gemiddelde Nederlander eet zo’n negenendertig kilo vlees per jaar. We verorberen gemiddeld zo’n acht kilo rund, negentien kilo varken, tien kilo kip en twee kilo van andere vleessoorten. Daarvoor slachten wij in Nederland ieder jaar zeshonderdduizend runderen, vijftien miljoen varkens en maarliefst driehonderdvijftig miljoen kippen. Het meeste vlees wat ons bord bereikt komt van dieren die hun korte leven onder gruwelijke omstandigheden geleefd hebben; kippen die elkaar vertrappen omdat de ruimte nou eenmaal niet groot genoeg is, varkens met grote open wonden eb runderen die tijdens het verwijderen van de huid –per ongeluk- nog in leven zijn.

Hoe komt het dat Nederlanders zo verknocht aan hun huisdieren zijn, maar het tegelijkertijd heel normaal vinden om vlees te eten? Het antwoord ligt in ieder geval niet in de beesten zelf. Varkens schijnen ook goed gezelschap te zijn en ze zeggen dat honden, mits goed bereidt, verrukkelijk smaken.

Deze kwestie is het onderwerp van Jonathan Safran Foer’s nieuwste, ‘Dieren Eten’. Anders dan zijn eerdere boeken ‘Alles is verlicht’ en ‘Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ is dit boek non fictie, literaire non fictie. Foer wisselt autobiografische stukken af met zoektochten naar de waarheid in een literair jasje. “Eetkeuzes worden gestuurd door veel factoren, maar redelijkheid (zelfs geweten) staat meestal niet hoog op de lijst”. En die redelijkheid, die waarheid, dat is waar het Foer allemaal om te doen staat.

Jonathan was pas negen jaar oud toen hij voor het eerst werd geconfronteerd met het probleem. Zijn oppas weigerde om met hem en zijn broer aan tafel te gaan. “Je weet dat kip, kip is, toch?” Zijn broer grinnikte, Foer at een paar jaar geen vlees. Tijdens zijn tijd op de middelbare school en universiteit wisselde vegetarische- en carnivoorperioden zich een aantal keer af. Toen hij zich later verloofde met schrijfster Nicole Krauss beloofde de twee hun leven te beteren, maar ze gingen op hun trouwdag al de fout in door vlees te serveren. De omslag kwam uiteindelijk toen Krauss in verwachting raakte. “Alles was weer mogelijk (..) er konden andere verhalen verteld worden, de wereld had nog een kans.”

Foer was in eerste instantie niet van plan een boek te schrijven. Jonathan wilde weten, voor zich zelf en voor zijn familie, wat vlees is. Zo concreet mogelijk. Waar komt het vandaan? Hoe wordt het geproduceerd? Hoe worden dieren behandeld? En tot op welke hoogte maakt het uit? Wat zijn de economische effecten van vlees eten, en wat zijn de effecten voor het milieu en welke rol speciale sociale verhoudingen? Het bleef echter niet lang een persoonlijke kwestie. “Ik werd geconfronteerd met realiteiten die ik als burger niet kon negeren en als schrijver niet voor mezelf kon houden.”

Foer heeft zeker niet het eerste boek over vlees eten geschreven. Klassieke werken als ‘Dieren Bevrijding’ door filosoof Peter Singer en het recentelijk uitgekomen boekje van politica Marianne Thieme ‘Het gelijk van de dieren, het geluk van de mensen’ zijn slechts het topje van een hele grote berg met boeken over vegetarisme. Foer is ook zeker niet de eerste schrijver die zich aan het onderwerp wendt. Nobelprijs winnaar J.M. Coetzee heeft vier boeken geschreven over Elizabeth Costello, een fictieve Australische schrijfster die strijdt voor de dieren. In de Nederlandse vertaling van het boek ‘Elizabeth Costello’ missen twee hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn terug te vinden in een apart boekje ‘Dierenleven’

Elizabeth Costello staat in het boek tegenover haar schoondochter Norma, die het activisme van Elizabeth afdoet als ‘onvolwassen’ en ‘sentimenteel’. In de lezing die Elizabeth geeft, en het grootste gedeelte van het boek beslaat, lijkt Costello zich te verliezen in haar strijd. Als ze de bio-industrie vergelijkt met de Holocaust gaat ze volgens velen te ver. Want het klopt dat Joden tijdens de tweede wereldoorlog behandelt werden als vee, maar door te suggereren dat vee behandeld wordt zoals de Joden behandeld werden suggereert een gelijkstelling van Joden met vee. En dat schiet bij sommigen in het verkeerde keelgat.

Het boekje doet aan als een pamflet. Er wordt een discussie aangewakkerd en je wordt de vraag gesteld ‘wat vind jij er zelf van?’ Hoewel het boek verpakt zit in een roman, doet het aan als een betoog. Een betoog tegen de bio-industrie, maar dan wel op enige afstand. Doordat Elizabeth Costello niet als eigenlijke protagonist van het boek wordt ingezet -die positie is voor haar zoon, die als een soort rechter tussen zijn moeder en vrouw in staat- heeft het boek minder invloed. Doorgewinterde vleeseters zullen het boek minder snel uit afkeer naast zich neerleggen en twijfelaars zullen minder snel op het vegetarisme overstappen. De vergelijking met de Holocaust zal de vleeseter ook niet zo snel naar de overkant trekken. Kortom, als Coetzee met Dierenleven bedoelt had mensen te bekeren, dan lijkt dit niet geslaagd.

Zoals de roman bij Coetzee gebruikt wordt voor zijn onderwerp ‘het vegetarisme’, zo wordt het onderwerp ‘vissen redden’ gebruikt voor een roman bij het gelijknamige boek van Verbeke. Vissen Redden is de in oktober uitgekomen roman van de Belgische schrijfster Annelies Verbeke. Na Slaap! (2003) en Reus (2006) komt ze met wat door veel recensenten haar beste roman tot nu toe wordt genoemd.

Vissen Redden vertelt het tragische verhaal van Monique Champagne, in de steek gelaten door de -wat zij dacht- liefde van haar leven. Vastbesloten niet te verdrinken in zelfmedelijden stort de romanschrijfster zich compleet op het redden van de vis. Na een opiniestuk in een landelijke krant wordt ze door een organisatie gevraagd congressen te bezoeken en lezingen te geven met een ‘emotioneel tintje’. Zoals te verwachten neemt dat emotionele na een tijdje de overhand en het duurt dan ook niet lang voordat congressen haar lezingen schrappen. Dit weerhoudt Monique er echter niet van haar ideeën te stoppen. Monique’s gedachten worden steeds krankzinniger en moeilijker te volgen, haar daden complete waanzin.

Hoewel het thema overduidelijk het verwerken van een kapot gelopen liefde is, is er ook een belangrijk plekje voor de vissen weggelegd. Verbeke, zelf twaalf jaar lang vegetariër, maar inmiddels alleseter, is altijd vis blijven eten. En dit is naar eigen zeggen de reden dat ze over vissen heeft geschreven. “Dat is toch vreemd? We hebben zo weinig empathie met vissen dat we ze zelfs niet als levende wezens zien. We gaan er gemakshalve van uit dat vissen geen gevoel hebben (..) maar een vis die uit het water wordt gehaald, spartelt toch? Die vecht toch om te blijven leven? Dat veronderstelt pijn.” In de roman predikt Champagne het idee dat de mens is ontstaan uit de vis en dat door de uitsterving van de vis, de mens ook zal uitsterven. De ondergang van de wereld dus.

Stoppen we spontaan met vis eten na het lezen van deze roman? Dat is niet te verwachten. Hoewel het verhaal geschreven is vanuit Monique, is ze niet iemand waar we ons gemakkelijk mee kunnen identificeren. Haar gedachten en acties worden gedreven door het liefdesverdriet. In de roman is het visactivisme van Monique een uiting van wanhoop en zo komt het dus niet over als iets wat we eigenlijk allemaal zouden moeten doen. Natuurlijk worden er verontrustende cijfers en verhalen verteld, maar deze zijn niets nieuws voor de gemiddelde krantlezer. Het zal ook niet de bedoeling geweest zijn om mensen te overtuigen vis te laten staan, hooguit ze bewuster te maken. Het vissen redden staat in dienst van de roman, niet andersom.

Terug naar Jonathan Safran Foer. Dieren eten is geen roman zoals Dierenleven en Vissen Redden, maar heeft wel degelijk literaire trekjes. Het boek is een typische Foer, hij behoudt niet alleen de stijl die hij gebruikt in zijn fictie (postmodern, het spel met de stem en het genre, taal en typografie), in zijn romans kwam het eten van vlees ook al naar voren. In alles is verlicht was de protagonist een uitgesproken vegetariër en de hoofdrol in Extreem luid & Ongelooflijk dichtbij was weggelegd voor de negenjarige veganistische Oscar. De fundering voor Dieren eten is met deze romans dus al gelegd.

De stem van Foer die ons door dit boek heen leidt is geen zware, maar een stem die, hoewel eerlijk en oprecht – en daardoor schokkend en confronterend – ook komisch, slim en poëtisch is op zijn tijd. Dieren eten is geen lichtgewichtje, maar Foer weet op indrukwekkende wijze de wrede realiteit van de bio-industrie te combineren met een menselijke, identificeerbare ondertoon.

En dat is wat dit boek anders maakt. Anders dan in boeken door filosofen of politica, anders dan in romans waarin tot waanzin gedreven personages tot vegetarisme oproepen, kunnen we ons met Jonathan identificeren. Het boek is een verslag van zijn reis op zoek naar de waarheid, verbonden door eigen ervaringen.

Op zoek naar de waarheid belandt Jonathan midden in de nacht met een dierenrechtenactiviste in een schuurtje met kalkoenkuikens op een kalkoenboerderij. “Op het eerste gezicht leken de omstandigheden niet zo slecht, sommige kuikens sliepen, andere probeerde bij de warmte lamp te komen die voor hun moeder fungeerde, waar is hun moeder? (..) Omdat er zoveel dieren zijn heb ik een aantal minuten nodig voordat ik zie hoeveel dode er zijn. Sommige zijn bebloed, sommige zitten onder de open wonden. (..) De dode dieren zijn uitzonderingen, maar er is geen plek te vinden waar ze niet te zien zijn.”

Maar het zijn niet alleen negatieve ervaringen die Jonathan heeft op boerderijen. Zo is er Frank Reese die waarschijnlijk de laatste ‘originele’ kalkoenboerderij heeft, waar kalkoenen een fijn leven lijden en op een zo pijnloos mogelijke manier worden geslacht. Of de biologische boerderij van Bill & (vegetariër) Nicolette Niman, waar dieren ook goed behandeld worden en alle bewegingsvrijheid hebben. Maar de hoeveelheid vlees die al deze ‘goede’ boerderijen in totaal leveren zouden nog niet eens heel Staten Island van vlees kunnen voorzien, dus is kiezen voor biologisch vlees volgens Foer niet realistisch te noemen.

In de autobiografische gedeelten bereikt het boek haar hoogtepunt. Jonathan vertelt op naïeve, bezorgde, maar vooral menselijk wijze over de reacties die hij op zijn levensstijl krijgt, hij verteld over de eerste Thanksgiving zonder kalkoen en zijn favoriete gerecht van zijn oma –de kip met peentjes- dat hij moet missen. Hij betoogt dat eten eigenlijk altijd met traditie te maken heeft. “Er zijn duizenden verschillende voedingsmiddelen op aarde, waarom eten we dan toch maar zo’n kleine selectie en waarom hebben we juist deze voedingsmiddelen geselecteerd? Traditie.

Op overtuigende wijze betoogt Foer dat in de huidige samenleving een vegetarisch dieet niet meer dan normaal zou zijn. Het is ons dierlijk instinct vlees te eten zeggen vleeseters, maar in feite is het ons dierlijk instinct te eten wat voor handen is. De jagers & verzamelaars aten vlees om te overleven, tegenwoordig zijn er zoveel alternatieven dat vlees totaal overbodig is geworden. Vlees eten ligt juist helemaal niet zo voor de hand, vlees is niet zo voorhanden als het lijkt. De enige reden waarom vlees bereikbaar is, is omdat er grote, gruwelijke, vleesfabrieken zijn gerealiseerd, waarin dieren zonder ruimte, in het donker, in leven worden gehouden door een cocktail van antibiotica. Dat is wat Foer in zijn roman duidelijk probeert te maken.

Het absolute hoogtepunt, het soort wijsheid dat past tussen de wijsheden van onze grootste filosofen, is een conversatie met zijn oma die tijdens de tweede wereldoorlog gevlucht was en bijna een letterlijke hongerdood stierf toen een Russische boer haar een stuk vlees aanbood.

‘Hij heeft je leven gered.’ ‘Ik heb het niet gegeten.’ ‘Je hebt het niet gegeten?’ ‘Het was varkensvlees, ik wilde geen varkensvlees eten.’ ‘Waarom?’ ‘Wat bedoel je waarom?’ ‘Wat, omdat het niet koosjer was?’ ‘Natuurlijk.’ ‘Maar ook niet als het je leven had gered?’ ‘Als niets meer uit maakt, valt er niets te redden.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen